Topeditie Sonic City dankzij Thurston Moore

13/11/2017

Voor de tiende editie spaarde de organisatie van het Kortrijkse festival Sonic City kosten noch moeite. De vaste stek De Kreun werd ingeruild voor het gloednieuwe Depart, waar plaats was voor meer bezoekers en een tweede podium. Curator Thurston Moore mocht bijgevolg meer muzikanten uitnodigen, en gelukkig was er ook nog plaats voor Quindo. Verslag van de eerste festivaldag.

Eerst moeten we iets kwijt over die nieuwe zaal: kwatongen zouden durven beweren dat Depart te groot is voor Sonic City. Ze hebben niet helemaal ongelijk. De grote zaal gaf vroeg op de dag een lege indruk, want ja, ze was ook effectief halfleeg. Later op de avond, als het goed druk was, werden de kwatongen echter de mond gesnoerd. Al was de kleinere zaal nog altijd veel gezelliger. Net als de chillruimte met zitzakken, waar je kon bekomen van optredens, naar hartenlust platen kon kopen of muzikanten interviews kon zien geven. Niet dat daar veel tijd voor was, met zo’n druk programma.

Steve Gunn stond ons immers op te wachten op het hoofdpodium. Een warm welkom was het niet meteen: vrolijk zag Steve er allerminst uit, en ook het optreden begon bedachtzaam. De mannen leken er weinig zin in te hebben, maar dat lag vooral aan hun tamme uitstraling. Gunn en co moeten het toch van hun fijne gitaarspel hebben, en niet van hun looks. Het werd uiteindelijk een uitgebalanceerde performance. Er kon zelfs een lachje – of toch iets dat daar moet op lijken – vanaf.

In tegenstelling tot Gunn, heeft de Zweedse MAG wel uitstraling. Op het eerste zicht is dat de uitstraling van een brave huismoeder, maar laat dat nu in schril contrast staan met haar wilde noisemuziek. Haar geschreeuw kon niet helemaal overtuigen, maar verrassend was het zeker. De Zweedse gooide bovendien nog een trombone, een megafoon en een noise rabbit” in de strijd. Het resultaat verdient hulde. Al hadden wij het na een paar nummers wel een beetje gehad met al die rariteiten. En net dan zette MAG de eindspurt van haar korte maar krachtige optreden in.

Even een disclaimer tussendoor: muzieknerds kunnen dit stukje best overslaan, want wat volgt gaan ze niet graag lezen. Nels Cline kan je kennen van de band Wilco of tal van andere acts, maar stond deze keer in zijn eentje op het podium voor een louter instrumentale, drone-achtig optreden. Zijn gitaarspel getuigde van vakmanschap, maar spannend werden de nummers helaas nooit. Een aanzienlijk deel van het publiek trapte het af en we kunnen ze geen ongelijk geven. De zaal werd nog leger dan ze al was, het was er kil vertoeven. Dan was het warme gitaarspel van Marisa Anderson toch aangenamer. Echt spannend was haar getokkel evenmin, en vrolijk werd je er ook niet van, zelfs niet tijdens haar zelfverklaarde “happy song”. Maar ze wist het publiek wel te raken. Een vrouw, een krukje en een gitaar, meer moet dat soms niet zijn.

Voldoende opgewarmd, trokken we naar Sun Kil Moon. “How do you pronounce the name of your town?”, wou zanger Mark Kozelek weten. Sympathiek. “Do you fucking know who I am?”, klonk het vlak daarna een tikkeltje arrogant. Kozelek is gelukkig een begeesterend songschrijver/verhalenverteller en had zonder veel moeite het publiek aan zijn lippen hangen. Als een ware dirigent, nam hij zijn band en het publiek mee in zijn overpeinzingen. Nooit gedacht dat een politieke analyse van het fenomeen Trump door de ogen van een huiskat (het nummer ‘House Cat’) zo entertainend kon zijn. Maar dan verpeste Kozelek zelf de sfeer. De zanger haalde de klootzak in zichzelf boven en begon – een tikkeltje té arrogant – ruzie te maken met een fan, wat op flink wat boe-geroep werd onthaald. Gelukkig is een kwade Mark een geweldige muzikant. Even later mocht Nels Cline meehelpen om de boel recht te trekken en te bewijzen wat voor geweldige gitarist hij is. “I hate Nels Cline”, riep Mark. Daarop speelde diezelfde Nels Cline het dak van Depart er voor de eerste keer af. De prijs voor tofste peer verdiende Kozelek niet, maar het is hem meer dan vergeven.

Daarna was het de beurt aan Pharmakon. Ze ziet er misschien uit als een hippe techno-dj, maar niets is minder waar. In plaats van bonkende beats klonk er oorverdovende industrial noise uit de speakers. Ze krijste de demonen uit haar lijf en tolde als een bezetene rond op het podium. We gaan er weinig woorden aan vuilmaken: je moet ervan houden. Ook over het optreden van Liars kunnen we kort zijn: het was een feest van begin tot einde. Probeer maar eens níét te bewegen op hun mix van rock en elektronica. De drums hakten erin, de zanger zwierde lustig met zijn roze glitterjurkje en het publiek werd uitzinnig. Straf.

Het was dan al tijd om de kleine zaal af te sluiten. James Brandon Lewis trio kreeg de eer en toverde de zaal voor de gelegenheid om in een broeierige jazzclub. De saxofonist vloog er, vergezeld door drummer en bassist, vanaf de eerste seconde stevig in. Even naar adem happen en door naar het volgende nummer. Zelfs het obligatoire voorstelrondje werd vlug afgehaspeld, want waarom zou je daar veel tijd aan verspillen als je heerlijke muziek kan spelen? Na een dik half uurtje knallen verscheen een gelukzalige blik op Lewis’ gezicht. Hij moet het ongetwijfeld ook gemerkt hebben: dit was misschien wel het meest intense optreden van de dag.

De voornaamste reden om zaterdag naar Sonic City af te zakken was toch vooral de curator zelf, in de vorm van de Thurston Moore Group. Na hun geslaagde passage in 2015 en met een sublieme plaat onder de arm, waren Moore en de zijnen klaar om de dag in schoonheid af te sluiten. En ze stelden niet teleur, integendeel. Het betere gitaarwerk blies het publiek omver, het ene nummer na het andere was niet minder dan indrukwekkend. En hoewel het de vaart er een beetje uithaalde, bewees Thurston met een leutig quizje wél een toffe peer te zijn. Bedankt, Thurston, en tot de volgende.

Pictures by Alex Vanhee

Miguel Devriese

Plaats een reactie