William Boeva: “Pubers zijn veel harder dan kinderen”

02/05/2018

Jaarlijks doet de hogeschool Vives onderzoek naar online gedrag van jongeren. Telkens met de bedoeling om aan te tonen wat er zich allemaal afspeelt op het wereldwijde web en de vele apps die toch meer en meer ons dagelijks leven domineren. Hoofdthema van dit jaar? Pestgedrag. Meer specifiek nog: cyberpesten. 

Op woensdag 25 april werden de resultaten van het jaarlijks onderzoek voorgesteld aan de studenten van Vives en enkele West-Vlaamse middelbare scholen. Maar liefst 522 van die leerlingen zijn samen met onderzoeker Shane De Jonghe op pad gegaan om het onderzoek te voeren. Zo werden er uiteindelijk 1.300 jongeren ondervraagd.

Aan de hand van een panelgesprek met de directeur van Vrije Basisschool Sint-Lodewijk Jan Depraetere, doctoraatsstudent aan de Universiteit van Antwerpen Sara Erreygers én comedian William Boeva werden de jongeren geïnformeerd over de huidige situatie rond cyberpesten. Dat leidde tot enkele interessante inzichten.

Online versus offline pesten

Online pesten verschilt in een aantal kenmerken van offline pesten. Ten eerste: bij online pesten is er altijd een elektronische toepassing en een apparaat, zoals een smartphone of tablet, aanwezig. Dit is het kanaal waarmee er gepest wordt en iedere jongere met zo’n toestel heeft ook toegang tot het internet.

Een tweede belangrijk kenmerk is dat de dader online zo goed als anoniem kan blijven. Hij kan dus niet sociaal invloedrijk zijn in het echte leven, maar toch schadelijke effecten veroorzaken bij het slachtoffer, en dat allemaal door de eigen technologische vaardigheden.

Kenmerk drie is het doorsturen. Een berichtje dat via mail of Snapchat of WhatsApp doorgestuurd wordt, kan ook blijven circuleren, want iedereen die het ontvangt, kan het ook nog eens delen met al zijn vrienden. Zo kan het slachtoffer blijven geconfronteerd worden met datzelfde bericht.

Last but not least: de onzichtbaarheid van emoties. Dader en slachtoffer bevinden zich quasi nooit in dezelfde ruimte wanneer het cyberpesten gebeurt. Op deze manier kan de dader de negatieve emoties van het slachtoffer niet interpreteren en ziet hij dus zelf niet de schade die hij aanricht.

Over geslacht

Aan de jongeren werd gevraagd of ze de afgelopen maand geconfronteerd werden met online pesten; 6,5% gaf aan van wel. Hierbij viel wel op dat er geen significant verschil was tussen wat jongens en meisjes antwoordden.

Er is wel een verschil tussen jongens en meisjes op vlak van rapporteren. Jongens melden minder snel negatieve ervaringen op het internet in vergelijking met meisjes. Ook op emotioneel vlak reageren meisjes intenser dan jongens. Zo geven ze aan meer gevoelig te zijn voor verdriet, angst en schuld.

Kinderen en adolescenten

Na zo’n heus onderzoek is het normaal dat de onderzoekers heel wat te weten zijn gekomen over het online pestgedrag van jongeren. We zouden hier alle resultaten kunnen meedelen, maar we houden het bij de meest opvallende.

Gedurende het hele onderzoek werden de jongeren opgedeeld in twee groepen: de kinderen (9-12 jaar) en adolescenten (13-15 jaar). Tussen deze leeftijdsgroepen bleken enkele markante verschillen. Zo vinden adolescenten het online pesten minder fout dan kinderen, maar op de vraag hoe fout ze het vinden, reageren zowel de kinderen als adolescenten “heel fout”.

Wanneer het om het rapporteren van pestgedrag gaat, zullen adolescenten het sneller aan een vriend vertellen, terwijl kinderen eerder opteren om hun ouders in te lichten. Dat betekent dat beide groepen het minder snel gaan melden aan hun leerkracht, waardoor die het pesten minder evident kunnen opmerken.

De niet zo onbelangrijke rol van de ouders

Ook de ouders spelen een belangrijke rol als het op pesten of gepest worden aankomt. Zo toonde het onderzoek aan dat het daderschap van online pesten bepaald kan worden door het opleidingsniveau van de moeder. Hoe lager dat niveau, hoe groter de kans dat het kind een online dader is. Wat ook bleek, is dat een scheiding een voorspellende variabele is. Jongeren uit een gescheiden gezin blijken vaker het slachtoffer van cyberpesten dan jongeren uit een niet-gescheiden situatie.

Op de vraag of er thuis vaak over gesproken wordt (bij wijze van preventie) gaf ongeveer de helft van de ouders aan dat er wel degelijk over gesproken wordt; de andere helft vertelde van niet, omdat het onderwerp gewoon nog niet aan de orde is gekomen. Slechts een klein deel van de ouders (minder dan 5%) antwoordde met “Nee, omdat ik het onderwerp liever vermijd”. We kunnen dus concluderen dat ook de ouders een cruciale rol kunnen spelen.

Jelle Hackx

Plaats een reactie